Tagarchief: metafoor

Stop. En kijk naar de knoppen

Stop. En kijk naar de knoppen.

Ja, leuk Matty. Maar ik heb geen boom in mijn klas en ook geen tijd om elke week met ze naar het bos te gaan. Dus wat kan ik hier mee in mijn alledaagse schooldag?

Wat je ze ook wilt leren, wat je ook van ze verwacht, bij jou begint het. Jij, met jouw fonkelende ogen. Met jouw glimlach, je rust in de chaos. Jouw vibes doen je leerlingen groeien. Het begint bij de leerkracht.

Vanuit problemen ontstaat vaak de urgentie om te veranderen. Om tot leren en ontwikkelen te komen is het veel handiger om te kijken naar wat wel goed gaat. Voor jou. En voor je leerlingen. Deze mindset geeft glundervibes met hoop en motivatie.

Dat lukt niet zomaar. Er zijn talloze situaties denkbaar waarbij dat een serieuze uitdaging is. Daarom is het juist slim om dat in jouw eigen manier van doen te verweven. Door naar de knoppen te kijken. Niet als je in de klas bent. Maar als je op het plein loopt bijvoorbeeld. Als je onderweg naar school bent. Of naar huis.

Die knoppen aan de takken. Zo klein. Zo aanwezig. Supereenvoudig, want daar hoef je dus helemaal niets extra’s voor te maken. Niks voor te kopen. Je hoeft enkel maar je ogen in de fonkelstand te zetten.

En als het je dan gelukt is, al is het maar 1 keer, dan deel je dat met je leerlingen. In de ochtend, bij de dagopening bijvoorbeeld: ‘ik zag knoppen aan de takken vandaag.’ Hier kun je het bij laten. Gewoon voorleven, daarmee maak je zo’n groot verschil.

Wil je meer? Wil je’t uitvergroten? Laat ze reageren: Wie zag ook knoppen? Wat betekent dit? Wat vind je daarvan? Als er veel reactie komt, maak je er een coöperatieve werkvorm van : ‘ Ga staan als je knoppen aan de takken zag’ En voor wie staat: Waar zag je ze? Uit jezelf? Heb je ze aan iemand laten zien? Zag je al een kleurtje tevoorschijn komen?

Voor de ultieme glundervibe sluit je af met ‘Morgen vraag ik het weer. Let vandaag maar eens op als je buiten bent.’

Eens zien wat dat doet! Fonkelende ogen en een gesprekje van hooguit 5 minuten. Ben benieuwd wat jij hiermee aanwakkert. Kan trouwens ook met krokussen en ander voorjaarsmoois. De mogelijkheden zijn eindeloos.

rozen voor de juf

Dit is een bericht speciaal voor de kinderen. Een voorleesverhaal. Roep ze er maar bij!

Ken je Molly al? Molly kan jou helpen, als je ergens mee zit. Want Molly kent heel veel kinderen die ook ergens mee zitten. En jij krijgt te horen hoe ze dat hebben opgelost. Zodat jij dat misschien ook kan gebruiken. Voor jezelf, of voor iemand anders.

een roos voor de juf ekkomi molly‘Goedemorgen juf Jet!’ ‘Goedemorgen Molly. ‘Is Meg al in de klas?’ “Nou kijk maar even, dan zie je het vanzelf.’ Meggie’s plek is nog leeg. Maar als ze door het raam van de klas naar buiten kijkt ziet ze Meggie aan komen lopen. Ze kijkt verdrietig. En boos zelfs een beetje. Haar papa heeft zijn hand op haar rug en een frons tussen zijn ogen. Als Meggie de juf een hand geeft bij de deur, ziet Molly dat de juf heel erg naar Meggie’s gezicht kijkt. Maar ze zegt er niks over. ‘Wat heb jij daar mooie rozen in je haar! ’Juf Jet is dol op rozen. Dat weet Molly wel, want ze draagt bijna elke dag wel iets met rozen. Net als haar beste vriendin trouwens. Vandaag dus in haar haar. Meggie gaat zitten. Er kan nog geen lachje vanaf. Ze zegt niks en kijkt naar haar tafel. De juf doet de deur dicht en ze gaan aan het werk.

‘Meg, wat is er? Je kijkt verdrietig en je zegt helemaal niks.’ vraagt Molly als ze in de pauze naar buiten lopen.  Meggie zucht. Molly weet dat Meggie het wel zal vertellen daarom wacht ze rustig af terwijl ze naast haar loopt. En jahoor… Na een paar zuchten kijkt Meggie haar aan. Met grote traanogen. ‘Ik weet het eigenijk niet Mol. Maar ik heb altijd zo’n buikpijn in de ochtend.’ ‘Maar je weet niet hoe dat komt?’ ‘Nee , ik weet niet hoe dat komt. Ik weet wel dat het alleen op schooldagen is.’ Daar komt juf Jet net aan. ‘Hee, Meggie, mag ik je wat vragen over wat ik je net hoorde zeggen?’ ‘Wat dan?’ ‘Je vertelde net dat je zo’n pijn in je buik hebt. Kun je mij vertellen hoe die pijn eruit ziet?’ Meggie kijkt  haar juf met een gek gezicht aan. ‘Maar ik voel het alleen maar. Ik zie het niet hoor!’ ‘Nee, dat weet ik wel. Maar als je het wel kon zien, hoe zou het er dan uizien?’

‘Begin maar eens met aanwijzen waar je het voelt. ‘ Meggie wijst naar een plekje op haar buik. Als de juf daarna vraagt hoe groot het is en welke kleur en vorm het heeft  vertelt Meggie van alles over de buikpijn. En de juf blijft er vragen over stellen. ‘Jee, Meg dat je dat zo goed weet! ’zegt Molly als  ze naar binnen lopen. ‘Ja, nou hè!’ zegt Meggie met een voorzichtig lachje.

Onder het werken gaat de juf bij Meggie aan tafel zitten. Ze zitten zacht met elkaar te praten. Als juf wegloopt ziet Molly ziet dat Meggie haar kleurpotloden pakt. Ze tekent met het  puntje van haar tong uit haar mond een prachtige rode roos. Ze is er best lang mee bezig maar de juf zegt er niets van als ze langsloopt. ‘Ik vind hem echt heel mooi’ zegt Molly terwijl ze naar de rekenkast loopt. Meggie kijkt haar glunderend aan. ‘Ja hè. Deze roos komt  in mijn buik. Op de plek van mijn pijn.’ ‘Maar waar is je pijn dan?’ ‘Die heb ik samen met de juf weggegooid. Daarna heb ik het plekje gepoetst en nu kan deze roos er dus in.’ Molly vindt het best een beetje raar. Maar ach, wat maakt dat uit. Als het Meggie maar helpt.

‘Goedemorgen juf Jet!’ ‘Goedemorgen Molly.’ ‘Is Meg al in de klas?’ “Nou kijk maar even, dan zie je het vanzelf.’ Meggie zit op haar plekje naar haar tekening te kijken. Op het bureau van de juf staat een vaasje met een prachtige roos. Rood. En zelfgemaakt. Die kunnen maar van één iemand zijn…

 

 

kersen plukken met Molly

Ken je Molly al?  Molly kan jou helpen, als je ergens mee zit. Want Molly kent heel veel kinderen die ook ergens mee zitten. En jij krijgt te horen hoe ze dat hebben opgelost. Zodat jij dat misschien ook kan gebruiken. Voor jezelf, of voor iemand anders. Ik ga niet teveel over haar vertellen, je leert haar vanzelf kennen.

kersenplukZe doet erg haar best om op de stoep te blijven letten. Dat is moeilijk hoor, als je zo’n haast hebt. Haar blonde vlecht hupt op en neer op haar schouder. Ze veegt wat haren weg uit haar gezicht. Het lijkt wel een feestfonteintje in haar buik! Met oranje limonade. Ze huppelt ze een stukje, dan rent ze weer een stuk. Nog een keer de hoek om en dan is ze er. Ze gooit de rode deur open en kijkt de wachtkamer in. Niemand. Mooi!

De groene deur staat open. Ah, daar zit ze. ‘Mama, mama!’ Mama kijkt op van haar werktafel. ‘Hee, liefje! Wat is er met jou? Je wangen zijn helemaal rood!’ Molly haalt even diep adem en gooit het eruit. ‘Ik zit volgend jaar bij Juf Jet in de klas!’ ‘Oh, echt meisje? Wat fijn voor je!’ ‘Ja, ja en weet je? Meggie ook. En Raf!’ ‘Ha ha, je hebt zelfs tranen in je ogen! Ben je zo blij?’ ‘Blij? Nee ik ben niet blij, ik ben superduperblij!’ Mama rolt haar stoel naar achter. Molly rent naar haar moeder en slaat haar armen om haar nek. Ze geeft wel 14 kussen op haar wang. ‘Dit wordt de beste tijd van mijn leven!’ Mama lacht. Mama lacht altijd. Bijna altijd, behalve soms. ‘Dat heet extatisch. Eks-ta-ties. Je bent extatisch lieve schat.’ En ze geeft een dikke kus op Molly’s neus.

‘Woehoe, ik ben extatisch!’ roept Molly wanneer ze Raf ziet en ze vliegt op hem af met haar armen wijd. Maar als ze zijn gezicht ziet stopt ze meteen. Zijn mondhoeken hangen naar beneden en hij heeft een frons tussen zijn ogen. ‘Huh, jij bent niet extatisch volgens mij.’ ‘Nee’ bromt Raf terwijl de tranen in zijn ogen schieten. ‘Maar jij gaat toch ook naar juf Jet?’ ‘Ja, en weet je wie nog meer…?  Ako!’

Molly schrikt van wat ze ziet. Het lijkt wel of het bliksemt in de ogen van Raf! ‘Ako. Dat stomme rotjoch. Die me altijd in de weg zit. Ik wil dat niet. Ik wil naar een andere klas.’ Molly voelt het extatische uit haar wegglijden en ze legt een arm om de schouder van Raf. Stel je voor, denkt ze, dat Raf er volgend jaar niet bij is. Ze zit al vanaf de peuters bij hem in de klas…

‘Opa, hoe doe jij dat eigenlijk?’ De boswandeling met opa is perfect voor moeilijke vragen als deze. ‘Wat Mollemeis?’ vraagt opa terwijl Molly een prachtbesje uit de struik plukt. ‘Nou, als er iemand is die je niet leuk vindt. En die komt bij je in de klas. Of nouja, bij jou bijvoorbeeld bij je in je tennisteam.’ ‘Oh, dat!’ Intussen pakt hij het besje uit Molly’s hand. Molly ziet weer een mooi besje. Maar als ze het wilt plukken houdt opa haar tegen.

‘Mollemeis, het is eigenlijk een beetje hetzelfde als met deze besjes. Toen ik een jongetje was plukte ik ze ook. En at ze allemaal op. Tot ik er buikpijn van kreeg. Ze bleken giftig te zijn! Gelukkig liep het allemaal goed af. Ik wilde toen dat de boswachter alle besjes uit het bos zou halen. Maar de boswachter vertelde me dat er over de hele wereld giftige besjes waren. En dat ik gewoon moest leren wat ik dan wel kon plukken. Deze kersen bijvoorbeeld.’ ‘Oh ja’ zei Molly al-kersenpit-uitspugend, ‘want als je dat als kind al kan, heb je het als groot mens veel makkelijker! Eigenlijk is het een soort cadeautje. Maar dan om van te leren.’

‘Woehoe, ik ben extatisch!’ roept Molly met haar rode kersenmond wanneer ze Raf ziet en ze vliegt op hem af met haar armen wijd. Zijn mondhoeken hangen nog steeds naar beneden en zijn frons is nog dieper geworden. ‘En jij mag ook extatisch worden! Want weet je wie nog meer naar juf Jet gaat? Ako! En daardoor heb je een leercadeautje gekregen! Net als opa met zijn besjes vroeger!’  Ze pakt met haar rode handen Rafs handen vast en begint te huppelen. Haar ogen schitteren. Raf kijkt nu wel heel vreemd uit zijn ogen. Is Molly soms een beetje gek geworden ofzo? Heeft ze teveel kersen op ofzo? Kan dat? Molly lacht.

‘Nou kijk, de hele wereld zit vol met Ako’s. Misschien heten ze soms wel anders, maar je komt in je leven nog wel meer kinderen of grote mensen tegen die net zo stom zijn als Ako. En als je dan nu al leert hoe je ermee om moet gaan, is dat later een makkie. Ha ha, fijn hè? Dus je moet maar gewoon bij mij in de klas blijven.’ Raf pakt Molly’s handen vast. Er verschijnt voorzichtig een lach op zijn gezicht en de frons is verdwenen.  ‘Volgend jaar naar juf Jet. Met Ako erbij!’ roept hij. En samen dansen ze de straat door. Met een spoor van pitjes achter zich aan.