Tagarchief: sprankelmomentjes

wijs ze de weg naar de glunders

‘Ja, natuurlijk zie ik mijn leerlingen graag glunderen! Maar hoe doe ik dat in mijn volle klas en met mijn volle lesrooster?’

Glunder is a state of mind. Een manier van doen. Een vaardigheid. Grote kans dat jij het ook belangrijk vindt dat je leerlingen het leren. Maar je leerlingen zijn zo divers, hebben allemaal iets anders nodig en reageren daar dan gedurende de dag ook nog eens allemaal verschillend op.

Er zijn zoveel facetten waar je in kunt ontwikkelen om te leren glunderen. Om er een paar te noemen: talent ontwikkelen, voelen, ontvankelijk zijn voor klein geluk. Dankbaarheid niet te vergeten. En dat zijn er nog maar een paar.

Allemaal zaken die je het leven meer laten omhelzen. Beleven. Soms zelfs kleine huppels veroorzaken. Geen trucje dat je even snel aanleert. Wel iets dat je elk moment van de dag kunt oefenen. Waar je beter in kunt worden. Jij als leerkracht. Je leerlingen met je.

Maar goed, hoe dan?

De eenvoudigste manier is door de juiste vragen te stellen. Vragen die laten voelen, nadenken over wie je bent, over jou. Vraag naar positieve zaken.Zo wijs je ze de weg. Zo leren en blijven ze zelf nadenken en voelen. Kunnen ze het straks zonder jou.
Zelf.
Vanzelf.

* Waar kreeg je pas nog een compliment over?
* Waar zou je nu graag willen zijn?
* Van welk gratis iets kun jij ontzettend genieten?

Laat je verrassen.
Laat ze zichzelf verrassen.
Elkaar.

Als je ’t jezelf en je klas een beetje makkelijker wilt maken, gebruik dan Schatgravers. Een breed scala aan positieve vragen voor kinderen. En hun leerkrachten. Want samen leer je toch het meest.

op de fiets

foto (10)‘Wat een gedoe!´ dacht ik, als ik weer eens een moeder zichzelf kromgebogen over haar stuur en met met wind tegen zag ploeteren. Afmattend leek het me: zo’n  scherm voor, een gewicht voorop en een groter gewicht achterop. Oneerlijk ook, als ik een gezin zag waarbij en de vader lekker in zijn uppie fietste en de moeder zwaarbeladen ernaast. ´Dat ga ik later anders doen.’ Dacht ik. Toen.

‘Nog 3 weken.’ antwoordde  ik een paar weken geleden, steeds als ons peutermeisje me vroeg wanneer wij eindelijk weer eens op de fiets gingen. We hadden het zwaar samen, zo wachtend tot ons babyjongetje groot genoeg was om stevig te zitten. Plannen om hem voor in de fietsmand te stoppen werden gesmeed. Samen de vrijheid tegemoet . Maar verstandig als ik ben, koos ik ervoor de tijd geduldig af te wachten. En ach, zei Godfried Bomans niet dat alle sprookjes zich bezighouden met verlangen? Bij het sprookjes-clubje wilde ik horen! Dus dan gewoon maar wachten, verlangen en dromen van het onbereikbare.

Vanzelf kwam de tijd naar ons  toe. Want eindelijk mochten we! Stoel-met-windscherm-en-baby voorop. Stoel-met-peuter achterop. En ik in het hemelse midden. De dag waarop we maanden hadden gewacht. Met zijn allen op de fiets en verder niets. Enkel wat trappen om te zorgen dat we niet omvallen. Fietsen naar de bieb, ons koffietentje of naar nergens. Meekijken met hem, verwonderd over de gewoon-bijzondere dingen die wij allang niet meer zien. Omringd door peutergezang en babygebrabbel. Dit is mijn later. Dat het een gedoe is, heb ik allang geaccepteerd. Afmattend? Nee joh! Fietsen met een baby en een peuter; inmiddels mijn Definitie van Geluk. Oneerlijk ja, dat wel. Nog steeds. Voor degene die alleen fietst dan.

Klein geluk zit overal. In bedrieglijk stiekeme hoekjes. Zoals fietsen met wind tegen.  De one-size-fits-all oplossing deze keer is haar te vinden in de dingen die toch wel gebeuren. Zoeken heeft geen zin. Om je heen kijken. Vinden. Daar gaat het om. Het komt vanzelf naar je toe.

(Deze column verscheen in juni 2014 in de Plaatina)

hongermonster

plaatina 5

plaatina mrt 2014

Nieuwe column in de Plaatina

3.48 uur. Zodra ik wakker word, wil ik dat ik niets gehoord had. Ik draai me om. Hoop dat hij terug in slaap valt. Wens dat dit een eenmalig huiltje is. En droom van stille nachten.

Niet dat hij er zich iets van aantrekt, waarom zou hij. Het hongermonster heeft zich meester van hem gemaakt. Ik probeer het monster weg te jagen. Door heel zacht te roepen dat nachten bedoeld zijn om te slapen. En dat hij dat heus ook wel weet. Maar nee, het hongermonster kermt genadeloos. Dus zit er niets anders op dan mezelf uit bed te hijsen om een flesje warme melk te maken. Grommend.

Zijn leeftijd neemt toe. En daarmee de rode cijfers op de wekker. Met de week wordt hij later wakker. Half vijf, vijf uur, half zes. Toch blijf ik hopen, wensen en dromen. Om mezelf steevast terug te vinden met een melkdrinkende baby. Langzaam dringt  tot me door dat dit het is. Hij heeft honger. Ik moet er ’s nachts uit. Maar hé, het is een baby. En wat voor  één! De mijne. De liefste. De wonderste.  Dit is het rauwe randje van de werkelijkheid. Het bewijs van het uitkomen van mijn dromen. Misschien wordt het tijd om de natuurkrachten gewoon maar eens te aanvaarden…

´s Nachts wordt hij niet meer wakker. Maar wel godsgruwelijk vroeg op de ochtend. Mijn grommen heeft plaatsgemaakt voor ademen. Met geduld, zonder verwensingen en gesputter. Zo lukt het me om kleine sprankeltjes te vinden. Sprankeltjes van rust en kalmte . Het doet er niet toe dat het moeilijk is. Het doet er niet toe dat het midden in de nacht is. Het doet er niet toe. Het is gewoon zo. Het is. Hij huilt. En ik ben.

Volgens mij is dit er weer één, een one-size-fits-al-oplossing: Stop met strijden en verzoen je met de feiten. Of het nu het verkeer, het weer of de immer volle wasmand is. Het is gewoon zo. Adem in, adem uit en accepteer. Misschien komt er zelfs wel een sprankeltje naar je toe.